Azië, Japan
Beklim eens een actieve vulkaan

Beklim eens een actieve vulkaan

Mijn kleine broertje trok met mij door Japan. Zijn eerste grote reis en meteen eentje met mij. Dat was spannend. Ook al is het je broer, 3 weken met 1 iemand op stap houdt altijd wel risico’s in. Wat als onze interesses niet matchen? Wat als we ruzie krijgen? Good news: we didn’t. Geen enkel slecht moment. Geen enkele wrevel. Wel kasteelbezoeken en actieve vulkaanbeklimmingen.

Ik had Sven gevraagd een route te plannen. Hij was de mega Japanlover en ik ben niet zo’n planner. Maar aangezien zijn tijd vrij beperkt was en hij heel wat wou zien moesten we wat vooruit denken. Dat hele plan viel in het water toen bleek dat ik een dag later zou aankomen dan gepland, en toen Sven zijn plan in Excell thuis had laten staan. Wijze les: Google Docs als je op reis gaat. Niet getreurd er was een Lonely Planet en Sven zijn kennis van het vele opzoekwerk. De route groeide dan ook organisch. Op basis van wat we wisten, wat we hoorden en wat we meemaakten. Het was druk in Japan. Feestdagen hier, festivals daar. De trein nemen lukte altijd maar een slaapplek vinden niet echt. Dus we moesten creatief zijn. Die creativiteit bracht ons in week 2 naar Sendai, de Japanse Alpen.

We hadden gelezen dat er niet zo heel veel te zien was in die buurt, maar er waren in de streken die we eerst kozen geen slaapplekken vrij. Geen hostels, geen Airbnb’s, geen booking.com hotellekes. Niets, nada, noppes. Oh, er bleek wel in die buurt een actieve vulkaan te zijn volgens de Lonely Planet. Het broertje wou heel graag een goeie hiking doen, ik werd wel aangetrokken door het vulkaanaspect. En Sendai was er een appartement. Helemaal voor ons alleen. Geen snurkers, geen zatlappen. Zelf ons eten maken. Zelf kiezen wanneer we slapen. Top!

Mount Yakedake. De naam van de berg klonk zo ongelofelijk poëtisch. Zo schoon. De dag voordien kochten we eten, drank, nog wat meer drank en checkten of we wel alles mee hadden. De dag zelf bleken we al snel de enigen in short zonder trekgerief. Geen wandelstokken, geen dikke jassen, geen handschoenen. Oeps? Plannetje zoeken en beginnen. De klim zou zo’n 6km moeten zijn. En volgens een blog rond Japanse bergen een 4/5 qua moeilijkheidsgraad. Goed dat we beide nul ervaring hebben met klimmen.

Was het een 4 op 5 waard? Wel, het eerste stuk was stevig. Goed dat we veel drank meehadden. Helemaal kapot bereikten we de rustpost. Vanaf daar zou de echte hike beginnen volgens dezelfde blog. Say what? We zaten er niet alleen op die rustpost. Naast ons goed voorbereide Japanners en een lokale tv-groep. ‘Mogen we wat vragen stellen?’ Sure. ‘Hebben jullie je naam opgeschreven beneden om te laten weten dat jullie hier zijn?’ Euhm nope. ‘Wisten jullie dat dit een actieve vulkaan is?’ Jazeker, daarvoor kozen we deze plek. ‘Wisten jullie dat hier in de buurt een uitbarsting was vorig jaar? En dat daarbij een hoop mensen zijn gestorven?’ OBVIOUSLY NOT! Voor de rest geen stress. We aten nog een boterhammeke extra en startten de ‘echte klim’.

Stel je voor: je zit boven de wolken. Het regent. Je moet stevig klimmen terwijl je links en rechts niets ziet. Geen afgrond. Niets. Ook al weet je dat er een afgrond is. Eentje van pakweg 2000m. Langs je passeren mensen die precies gekleed zijn om de Himalaya te overwinnen. Jij hebt het koud. De druppels vriezen aan je baard, je haar, je oren. Je wordt hier en daar een klein beetje rood. Reken daar dan de vindingrijkheid van je broer bij die zijn extra sokken omtovert tot handschoenen. Ok, het wandelt niet zo fashionable maar het is wel warmer. Wel, zo was het maar dan nog komischer waarschijnlijk. Losliggende stenen. Extra aandachtig stappen. Hier en daar eens van het pad wegglijden. Maar… de top bereiken.

Een top die stinkt. Keihard hé. Letterlijk. Naar sulfer. Het is nu eenmaal een actieve vulkaan. Zo eentje waar je nog gaten ziet waar dus stinksel uitkomt. En zo eentje waar dat stinkels elk moment zou kunnen uitbarsten. Bij die andere vulkaan had niemand het ook zien aankomen. Alé ja. Je bent blij. Je kijkt naar je glunderende broer en je bent nog blijer. Hij blij, ik blij. En dan is ’t weer naar beneden. Hier en daar een voet omslaan. Hier en daar wat stenen die wegglijden. Maar je bereikt de bodem. En je bent doodmoe. En je lacht met die losers die in hun hele outfit de top beklimmen. Je komt in het information center en ziet er een 3D-weergave van het hele gebied. Je ziet dat de berg die je beklom de kleinste is van alle bergen. Je lacht, weent een beetje vanbinnen bij het voelen van je billen en stapt op de bus. Op naar de volgende berg.

Share this Story

Related Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Hoi!

196 landen in de wereld om uit te kiezen als een kind in een snoepwinkel. Waar naartoe en wat er zien? Wij, een koppel 20-ers, delen onze persoonlijke ervaringen over onze reizen. Heb je zelf tips? Stuur ons een berichtje!

Facebook