Wie op reis wil moet leren wachten.

Jeju is een eiland in Korea. UNESCO werelderfgoed. Om van het Zuid-Oosten, waar ik zit, naar het Noorden te geraken moet ik 2 bussen nemen. Samen een ritje van anderhalf uur. Het is goed weer dus de eerste bus sla ik over. Ik spring op mijn pennyboard en skate richting World Cup Stadium, een best stevig tochtje van zo’n 10km. Maar het is gezellig. Door van de hoofdweg af te blijven kan ik sjeezen door lege straatjes in de blakende zon. Ik heb tijd. Ik ben niet verplicht iets te zien.

Het World Cup Stadium mag gezien worden. Schoon constructie. Spijtig genoeg speelt Jeju deze week geen wedstrijd thuis. Die zal ik dus moeten missen. Ik zet mijn tocht verder naar waar ik denk bus 740 te kunnen nemen. Die zou mij van Zuid naar Noord moeten brengen. Hoera! Bushokje gevonden. Alleen blijkt dat de bus pas binnen een goed uur aankomt. Ik besluit dan maar op wieltjes naar het volgende hokje te trekken. Boy was I wrong. De weg die ik oprij is 1 langgerekt bosgebied. Geen huizen, geen verkeer, geen bushaltes. Klap op de vuurpijl: het gaat ook nog eens lichtjes bergop. Zo’n 10 kilometer later pas, ten einde raad, vol in het zweet, zie ik een bushokje. De redding is nabij.

Een kerel van het tegenoverliggende bouwterrein komt bij me staan. Waar ik naartoe wil? Of ik de bus wil nemen? Check. Hij vertelt me dat de eerstvolgende binnen een half uurtje komt. Ik knik, glimlach en ga in de verschroeiende zon op de grond zitten. Mijn trui plakt aan elk deel van mijn lijf. Ik herhaal het mantra in mijn hoofd: ‘Ik heb tijd. Ik moet niets zien.’

Een half uur gaat voorbij. Ik heb mijn gsm al even opgeborgen om de bus maar zeker niet te missen. 40 minuten gaan voorbij. Geen bus. Nog eens 10min later komt dezelfde kerel naar me toe. Ik keer best terug en neem beneden de bus. Dat zal vlugger gaan. Jawel, zijn goeie raad is 8km terugkeren. Gelukkig gaat het dit keer bergaf. Ideaal voor mijn skateboardje zou je denken. Alleen weet ik niet hoe goed jullie skills zijn, maar mij lukt het niet om op een vrije weg met een dalingspercentage van 15% comfortabel naar beneden te glijden. Vlakke asfalt zie ik niet graag van al te dichtbij. Het wordt dus een tocht van rijden, remmen, rijden, remmen. Nog geen 2 minuten nadat ik de bushalte heb verlaten, zoeft een bus mij voorbij. Op zijn achterkant kan ik nog net de cijfers spotten: 740.

Ik keer zo’n 6km terug tot aan een bushalte. Eentje die bestaat uit enkel een naam en geen timetable. Eentje zonder mensen en internet in de buurt. Ah, ik heb tijd. Ik wacht met de gedachte van eender welke taxi te stoppen. Dat zal me een pak geld kosten maar dat kan mij ondertussen niets meer schelen. Er zijn grenzen, niewaar.

40 minuten lang komt er geen bus. En geen lege taxi. Ik lach haast hysterisch en trek verder. Tijd. Zat. Op 4 uur Jeju heb ‘k ongeveer 2 langgerekte straten gezien. Niet iets om in de Tripadvisor te zetten. Elk moment verwacht ik weer die voorbijrazende 740. Maar hij komt niet alvorens ik het allereerste bushokje terug bereik. Daar lees ik dat de laatste bus binnen 10 minuten komt. Fingers crossed. Wachten maar.

De bus is op tijd. Op naar mijn bestemming. Ik weet alleen niet of ik nog teruggeraak. Maar dat zijn zorgen voor straks. Nu even genieten van een racepiloot aka buschauffeur. Update: er blijkt om 17u30 al geen bus meer terug te zijn. Dan maar de taxi nemen.

Wie op reis wil moet leren wachten.

Share this Story

Related Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Hoi!

196 landen in de wereld om uit te kiezen als een kind in een snoepwinkel. Waar naartoe en wat er zien? Wij, een koppel 20-ers, delen onze persoonlijke ervaringen over onze reizen. Heb je zelf tips? Stuur ons een berichtje!

Facebook